Het ja-gevoel van de zigeuner De Kroatische kunstenaar Marjan Vrankulj (Split, 1962) maakt lampen. Grillige vleesetende planten, die uit de grond of de muur stulpen. Niet voor niets is de natuur zijn grote inspiratiebron. Voor zijn lampen, maar ook voor zijn hele zijn. 'Het enige wat telt, is het leven zelf.' Natuur en kunst zijn de twee tegenpolen die samensmelten in de lampen van Marjan. Ook zijn eerste beroepsjaren, nog in Kroatie, wegen door naar beide kanten: eerst is hij bloemist en tuinman, daarna leraar kunstgeschiedenis. Via Belgische vrienden komt hij in '85 terecht in Herentals, waar hij een jaar avondles volgt aan de academie. Hij keert kortstondig terug naar Split, maar de liefde beslist anders. In '87 volgt hij zijn Belgische vriendin en komt hij terecht in Brussel, waar hij een kunstopleiding zal volgen aan de vermaarde academie La Cambre. Maar: 'De natuur blijft altijd iets waaraan ik niet kan ontsnappen, wat mij steeds omringt, wat ik moet blijven zien'. Nu volgen zijn 'technische' jaren, de periode tot '93, waarin hij alle technieken zal leren die hij nodig heeft om zijn handen te laten maken wat in zijn hoofd ontstaat. Gravure is voor hem een manier om 'de wereld in kleur te tekenen met zwart en wit', maar uiteindelijk wordt de behoefte steeds groter om van de muur los te komen, om in de derde dimensie te gaan werken. Zijn werk voor marionettentheater Toone staat daar zeker niet los van. Ook de schilderijenrestauratie van zijn vriendin leert hem nieuwe technieken: het zoeken naar de juiste kleur, het werken met pigmenten. 'Ik verdraag geen kaders, noch in de kunst, noch in mijn leven.' Als hij afzwaait van La Cambre, kan hij zich ten volle wijden aan zijn lampenkunst. Het is de overgang, zoals hij zelf zegt, 'van gravure naar sculptuur'. Met nog immer de natuur als muze. Hij maakt niet alleen planten, maar ook groenten, dieren, vissen. Een openwelvende kool, het teken van het levensbegin bij uitstek. Of een sierlijke rog, als een grote vogel die door het water zweeft. 'Misschien ben ik daarom lampen gaan maken, omdat de speling van het licht een zeer wezenlijk verschijnsel van de natuur is. Alle vormen van leven hebben hun eigen licht. Kijk bijvoorbeeld onder de zeespiegel, de bewegingen van het licht zijn betoverend, geniaal.' Hij werkt als decorateur mee aan een aantal films, waarvoor hij de objecten ontwerpt, de maquillage verzorgt, een fantastische sfeer oproept. Ook dat zal invloed hebben op de evolutie in zijn werk. In de tweede helft van de jaren '90 heeft hij zijn eerste prototypes, zijn eerste exposities. Zijn lichtsculpturen zijn nu te bewonderen in galerie Mu in Antwerpen en galerie Cargo in Gent. In 2000 gaat de samenwerking met Bigordie van start. 'Alles wat ik doe, wil ik doen met 'het ja-gevoel van de zigeuner'. In het leger - een uiterst strakke, kunstmatige structuur - hadden we een zigeunersoldaat, die altijd op alles 'ja' zei. Altijd als ze vrijwilligers vroegen, stak hij zijn hand op. Wie wil er de latrines schoonmaken? 'Ja.' Wie wil er door de modder kruipen. 'Ja.' Niet omdat hij zo graag wilde, maar omdat hij geen 'nee' kon zeggen. Hij zei tegen alles 'ja'. Maar hij deed het op zijn eigen manier. Zo leverde hij elke keer een bijdrage aan ons leven, hij gaf iets, maakte iets, wat er nog niet was. Dat 'ja-gevoel', dat wil ik bereiken.'